Wolinski
in Noord-West-Polen (Szczecin wojewodschap), vlak bij de Pools-Duitse grens.
Zij beschermt het zeer waardevolle noord-westelijke deel van het eiland Wolin.
Het park werd opgericht in 1960 op een gebied van 4844 ha.
Het werd uitgebreid in 1996 door het opnemen van een 1 nautische mijl brede gordel van de Baltische kust
in het noorden en de Świna delta van de rivier.
Opneming van het deel van de baai van Pommeren en de zoute binenwateren van de baai
van Szczecin heeft Woliński Nationaal Park het eerste maritiem park in Polen gemaakt.
De totale oppervlakte van het park heden is 10 937 ha, waarvan 4.530 ha bossen.
6 Bosgebieden met een totale oppervlakte van 165 ha (1,5%) zijn onder strikte bescherming.
Geologie en geomorfologie
Het landschap van het park varieert sterk, met inbegrip van haar karakteristieke element:
15 km lange en tot 95 meter hoge kliffen.
Stormen, wind en zon dragen bij aan de erosie van de rotsen.
Daardoor slijten ze ongeveer 80 cm per jaar. De hoogteverschillen in het park bedragen 0 tot 115 m.
Moraine heuvels overheersen in het reliëf en beslaan ongeveer 75% van het Park.
Wateren
De delta is een complex van modderige water-eilanden, gescheiden door kanalen.
Het schilderachtige panorama van de delta is te bewonderen vanaf de top van de Zielonka heuvel.
Verscholen in de bossen liggen 4 post-glaciale meren: Warnowskie, Rabiąż, Czajcze en Domysłowskie,
en de kunstmatige meren: Turkusowe (Turquoise) en Stara Kredownia.
Vegetatie
Meer dan 1300 vasculaire planten staan op het eiland Wolin.
Veel van de soorten zijn zeldzaam en beschermd, zoals:
Zeepostelein, Elymus arenaria, zee-raket (Cakile edentula), een stekelige plantsoort (Salsola kali), en zout water planten – halophytes (Halophyta) (ongeveer 30 soorten).
De steile hellingen van de kliffen zijn dichtbegroeid door duindoorn (Hippophaë rhamnoides).
De grond-en zanderige bodem van de Oostzee is een habitaat van macroalgen:
groene algen (Chlorophyta), bruine algen (Phaeophyta) en rhodophytes (Rhodophyta),
waarvan de meest voorkomende de bladderwack (Fucus vesiculosus) en chlorophyte Entetromorpha intestinalis zijn.
Inlandige gebieden van het park bestaan voornamelijk uit morenen heuvels bedekt met beuken- en eikenbossen.
De meest dominante boomsoort is echter de pijnboom, die 68% van dit deel van het park bedekt.
Beuken en eiken bedekken respectievelijk 23% en 7%, en andere boomsoorten de rest.
De beukenbossen zijn bijzonder goed bewaard gebleven, hun structuur lijkt veel op de structuur
van de oorspronkelijke bossen.
Het best bewaarde beukenbossen liggen beschermd in twee reservaten in het zuidelijke deel
van het park en een in het noordelijk gedeelte.
Fauna
De fauna van Wolin is zeer gedifferentieerd en wordt rijkelijk vertegenwoordigd door zeldzame soorten.
De belangrijkste vluchtroute van vogels kruist het eiland aan de Baltische kust .
Meer dan 230 vogelsoorten zijn opgenomen in het park, hiervan broedden er vele in het park: wit-staart zeearend (Haliaeetus albicilla), waterrietzanger (Acrocephalus paludicola), bonte strandloper (Calidris alpina) en rood-geborste Vliegenvanger (Ficedula parva). Het park is bijzonder belangrijk voor de instandhouding van leefgebieden van watervogels, waarin zij voorziet door rustgebieden en visgronden, vooral tijdens de lente en de herfsttrek.
Een van de recente projecten is de herinvoering van de oehoe (Bubo bubo).
Stations van de grootste Poolse kever – kever hert (Lucanus servus),
zijn voorbeelden van de rijke insecten wereld.
3 Nieuwe soorten voor de wetenschap – kever Teredus opacus en twee soorten
springstaarten (Collembola) zijn aangetroffen binnen de grenzen van het park.
Ook zijn in de wateren van het park de zeldzame grijze zeehond (Halichoerus grypus) en
bruinvis (Phocaena phocaena) te vinden.
Materiële cultuur en toerisme
De turbulente geschiedenis van Wolin heeft geleid tot de culturele diversificatie.
Traditionele banden met de zee zijn echter zeer sterk (visserij cultuur, handel).
Binnen het park en in de aangrenzende gebieden vindt men resten van vestingen
en andere plaatsen van historische nederzettingen, die beiden zijn onderworpen aan
wetenschappelijk onderzoek en een toeristische attractie zijn.
Toerisme is een essentieel onderdeel van de activiteit in het park.
De toeristische infrastructuur is goed ontwikkeld en bestaat uit een educatief – historische centrum ,
het Europese bizon fokcentrum, 4 observatie punten, 3 parkeerplaatsen, een netwerk van toeristische
routes (totale lengte ongeveer 46 km) en educatieve routes.
Ernstige bedreigingen voor het natuurpark zijn de wegen en spoorwegen
welke de haven van Swinoujscie met andere regio’s van Polen verbind,
elektriciteitsleidingen en een gaspijpleiding.
Het park heeft een eigen tijdschrift Klify (De Kliffen), waar de resultaten van de
daar gedane onderzoeken worden gepubliceerd.



