Centraal-Europa zet in op kernenergie
In Nederland wordt de laatste tijd gediscussieerd over kernenergie. In het debat over de aanpak van de huidige energieproblemen in Centraal-Europa speelt kernenergie een cruciale rol. Alle nieuwe EU-landen in die regio bouwen kerncentrales of hebben concrete bouwplannen liggen. Hier is echter nauwelijks discussie over.
De publieke opinie over kernenergie is in Centraal-Europa snel omgeslagen.
Midden jaren negentig werd in Polen nog de bouw van een kerncentrale naar Russisch ontwerp stilgelegd vanwege protesten uit de burgerbevolking. Nu is er geen noemenswaardige discussie over de Poolse deelname aan de bouw van een nieuwe kerncentrale in Litouwen, die 3200 MW moet leveren en in 2015 klaar moet zijn.
Net zomin klinken er veel protesten tegen plannen voor een eigen Poolse centrale die vanaf 2020 moet gaan draaien. De Poolse steun voor kernenergie neemt toe.
Van de bevolking is 42 procent voor en 38 procent tegen de bouw van nucleaire centrales. Twee jaar geleden was maar een kwart van de Polen voor kernenergie.
Populariteit van kernenergie
Er zijn meerdere redenen waarom kernenergie populair wordt. Door de sterke economische groei in de regio stijgt de vraag naar energie snel.
Zo verwacht Tsjechië binnen vier jaar van elektriciteitsexporteur importeur te worden. Gelijktijdig is de angst voor energieafhankelijkheid van Rusland in de voormalige communistische landen groot.
De ontwikkeling van alternatieve energie is veel minder ver gevorderd dan in West-Europa, terwijl de EU-afspraken om de CO2-uitstoot tot 2020 met twintig procent te verminderen een zware druk leggen op de kolencentrales in de regio. In de meeste Centraal-Europese landen is kernenergie nu al een belangrijke elektriciteitsbron en uitbreiding van het aantal centrales is het logische antwoord op alle problemen.
De milieubeweging
Daarnaast is de milieubeweging in de meeste landen weinig invloedrijk. De enige uitzondering is Tsjechië, waar de kleine Groene Partij in 2006 essentieel was in de regeringsformatie.
In ruil voor haar steun eiste ze een moratorium op de bouw van nieuwe reactoren tot 2010.
Desondanks onderzoekt staatselektriciteitsbedrijf CEZ of de stilgelegde bouw van twee reactoren bij de centrale in Temelin weer hervat kan worden. Het gaat om Russische VVER 1000/320 reactoren, waarvan het ontwerp door het Amerikaanse Westinghouse werd aangepast. Vooral Oostenrijk is bezorgd over de veiligheid van deze ‘hybride’ reactoren.
Hongarije, Slowakije en Bulgarije
Ook Hongarije, Slowakije en Bulgarije willen het aantal reactoren uitbreiden of complete nieuwe centrales bouwen. In 2005 besloot het Hongaarse parlement al om de levensduur van de vier Russische VVER-440/213 reactoren bij Paks (goed voor veertig procent van de totale elektriciteitsproductie) in 2012 met twintig jaar te verlengen.
Ook zijn eerdere plannen om Paks met twee reactoren uit te breiden, weer uit de kast gehaald. Slowakije, dat nu al 57 procent van zijn elektriciteit uit vijf reactoren krijgt, plant nog drie nieuwe reactoren van het Russische VVER 440/213 type te bouwen.
Daarmee moet het land in 2030 onafhankelijk worden van elektriciteitsimporten.
In 2000 ging de koers om.
Bulgarije krijgt veertig procent van zijn stroom uit de verouderde centrale in Kozloduj. Tot enkele jaren geleden was het land stroomexporteur, maar een deel van die op Tsjernobyl lijkende centrale moest onder druk van de EU dicht.
Bulgarije wil echter weer exporteur worden en sloot begin dit jaar een contract met het Russische Atomstroyexport voor twee AES-92 VVER-1000 reactoren in een nieuw te bouwen centrale bij Belene.
Ook Roemenië is nog steeds grotendeels afhankelijk van fossiele brandstof. In 1991 werden plannen voor de Cernavoda-centrale met vijf reactoren stopgezet.
Alleen de eerste reactoreenheid werd afgebouwd. In 2000 ging de koers om.
Vorige herfst werd de tweede, een drukwaterreactor van het CANDU6 type, opgeleverd en in 2014 en 2015 moeten reactor 3 en 4, ieder goed voor 655 MW, gaan draaien.
Bron: Technisch Weekblad


